Met zichtbaar gevoel en dankbaarheid nam de ervaren SGP-er Corné Grinwis afscheid na zestien jaar inzet voor de gemeenteraad. In zijn afscheidswoord blikte hij terug op een periode vol veranderingen, uitdagingen en samenwerking, waarin hij zich met overtuiging heeft ingezet voor de gemeenschap van Goeree-Overflakkee. Tegelijk deelde hij openhartig de persoonlijke overwegingen die hebben geleid tot zijn besluit om het raadswerk neer te leggen. Burgemeester Ada Grootenboer: ‘Corné Grinwis zette zich sinds 2010 in als raadslid, met een sterke focus op thema’s als energie, duurzaamheid en de toekomst van de leefomgeving. Vanuit zijn professionele achtergrond bracht hij inhoudelijke kennis en scherpe vragen in het debat. Hij staat bekend om zijn duidelijke en recht-door-zee manier van communiceren, gecombineerd met respect voor andere standpunten’. Voor zijn verdienste werd hij Koninklijk onderscheiden.
Lees hieronder het integrale afscheidswoord van Corné:
‘Voorzitter, collegeleden, beste collega-raadsleden,
Voor u staat een dankbaar mens. Dankbaar dat God mij boven alles de kracht heeft gegeven om als volksvertegenwoordiger dienend bezig te mogen zijn voor onze gemeenschap. Soli Deo Gloria. Daarin waren er van mijn zijde ook tekorten; mijn oprechte excuses daarvoor.
Ik dank in het bijzonder mijn vrouw Pieternella, die mij altijd heeft gesteund in het raadswerk. Ook mijn gezin heeft mij vele uren moeten missen. De teleurstelling was zo nu en dan van hun gezicht af te lezen. Daarnaast dank ik de fractie voor de ruimte die ik altijd heb gekregen. In vrijwel alle dossiers zijn we eensgezind opgetrokken. Dank ook aan het college voor de prettige samenwerking, en aan de ambtelijke organisatie voor jullie inzet en geduld met ons als lekenbestuur. Dank aan de griffie, die ons als raadsleden altijd terzijde stond. En dank aan de bode voor de vele tientallen bakjes koffie — en dat waren volle kopjes, kan ik u verzekeren. Dank voor de goede zorgen. Ook ben ik Zijne Majesteit de Koning erkentelijk voor de versierselen die mij zijn toegekend, een enorme blijk van waardering.
Een moment van afscheid nemen doet terugzien.
Alles heeft zijn bestemde tijd, en alle voornemens onder de hemel hebben hun tijd. Zo werd ik op 11 maart 2010 geïnstalleerd als raadslid in de gemeente Goedereede, binnen een fractie van vijf zetels. Het was een roerige tijd, waarin woningbouw en bezuinigingen de agenda domineerden. En ja, voorzitter, u voelt hem al aankomen: ook toen waren de aanrijdtijden van de ambulance een heikel punt.
Vanaf 2013 ontstond de gemeente Goeree-Overflakkee, gevormd uit de vier voormalige gemeenten. Een roerige tijd brak aan: een organisatie die zichzelf moest uitvinden, en tal van dossiers waarin beleid uit de voormalige gemeenten gelijkgetrokken moest worden — harmoniseren dus. Langzamerhand komt dat nu tot afronding.
Op het gebied van woningbouw werden we geconfronteerd met een ijzeren voorraad aan bouwplannen die maar niet tot ontwikkeling kwamen. Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar rond 2013 zaten we in een heuse wooncrisis. Met de saneringsvisie is dat destijds vlotgetrokken, en daarmee is veel bereikt. Toch had je als raad het gevoel vleugellam te zijn, niet te kunnen anticiperen op een woningmarkt die omsloeg van krimp naar groei. Ook nu is het nog steeds een voortdurende strijd met hogere overheden om voldoende ruimte te krijgen voor woningbouw. En dat hebben we ook te respecteren.
Voorzitter, dat heeft het werk als raadslid gestempeld: je moet goed kunnen omgaan met teleurstellingen. Dat valt niet altijd mee om uit te leggen aan je achterban en inwoners. Vaak wordt dat niet begrepen. Dit schaadt het vertrouwen in de democratie, terwijl binnen deze gemeente keihard wordt gewerkt aan oplossingen. Veel van het raadswerk, maar ook de inzet van het college en het ambtelijk apparaat, gebeurt achter de schermen en wordt veelal niet gezien. Noeste arbeid, vasthoudend werken aan de doelen die je wilt bereiken, en taai zijn in geduld — dat heeft ons gebracht waar we nu staan. Vanaf 2010 tot nu mocht ik daar een bescheiden bijdrage aan leveren.
Daarin kwam een wending in oktober 2025. Met de verkiezingen in voorbereiding kwam de roeping tot mij voor het ambt van ouderling vanuit de kerkelijke gemeente. Na op dubbeltal te zijn gesteld, maakte de Heere mij al vóór de stemming bekend dat dit de weg was die ik moest gaan. Op 9 november 2025 mocht ik bevestigd worden. Dat heeft mij aan het denken gezet over hoe het verder moest met het raadswerk. Ook daarin voorzag de Heere: ik hoefde geen lastige keuze te maken, Hij voorzag daarin. Zo komt er een einde aan een periode van zestien jaar waarin ik mij mocht inzetten voor onze samenleving.
Voorzitter,
Regeren doen we bij de gratie Gods. Daarmee erkennen wij dat de Heere overal boven staat. Hij is de schepper en onderhouder van de aarde en roept ons op deze te bouwen en te bewaren. God liefhebben boven alles, onze naaste als onszelf, en zuinig en verstandig omgaan met wat wij van God hebben gekregen als tijdelijke woonplaats.
Wij hebben hier geen blijvende stad — dat hebben we de afgelopen jaren ook gezien. Collega’s zijn ons ontvallen; er was en is ziekte, moeite en verdriet, groot persoonlijk verlies dat je je leven lang meedraagt. In het bijzonder denk ik dan aan mijn broertje Gerwin, die op 19 februari op 44-jarige leeftijd zo plotseling uit het leven werd weggerukt. Zijn vrouw en drie kleine kinderen bleven achter. Dat plaatst alles in perspectief, voorzitter. We voelen ons vaak zo belangrijk, maar wat zijn we eigenlijk? Voorbijgangers. Een mens met een ziel voor de eeuwigheid, die rekenschap verschuldigd is voor zijn daden.
Vrijdag aanstaande, 3 april, is het Goede Vrijdag, de betaaldag van de kerk. Jezus gaf zijn leven aan het kruis om alle zonden van de gehele wereld op zich te nemen. Als je nu een miljoenenschuld had en je zou iemand tegenkomen die jouw schuld betaalt en erbij zegt: “Luister nu naar mij, zodat je niet opnieuw in de schulden komt” — wat zou u doen? Regeer dan bij Gods gratie.
Beste collega’s, het ga u goed. Ik wens u allen de zegen van de Heere toe’.
Namens de SGP-fractie werd hij toegesproken door fractievoorzitter John de Geus:
