Gebed voor overheden noodzakelijk

Gebed voor overheden noodzakelijk

Op dinsdagavond 20 november hield ds. D.J. Budding, op uitnodiging van de Staatkundig Gereformeerde Partij, een tijdrede. Ds. Budding benadrukte daarbij de Bijbelse plicht om te bidden “voor koningen en allen die in hoogheid zijn, opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid” (1 Timóthëus 2:1-2).

Het uitgangspunt van de tijdrede was 2 Kronieken 33:10, waar staat: “De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, maar zij merkten daar niet op.” Ds. Budding wees erop dat de situatie in een land snel kan veranderen. Na het goddeloze bewind van koning Achaz, schonk de Heere – tegen menselijke verwachtingen in – onder zijn zoon Hizkía een grote reformatie. Van God zijn wonderen te verwachten! Hizkía’s zoon Mannasse ging echter niet in het voetspoor van zijn vader. Hij haatte Gods volk en knechten, verving Gods altaren in de tempel door altaren voor afgoden, vergoot bloed en offerde zelfs zijn kinderen aan de Moloch. En het volk deed met hem mee… Ds. Budding vroeg: “Wat zou u doen in zulke omstandigheden? Wat zou u doen, als de dood dreigt als u naar de kerk gaat?” “Als we niet op de Steenrots Christus gegrond zijn, gaan we makkelijk met alles mee en geven we makkelijk alles prijs. Dan gaat het er voor ons niet om dat God regeert en dat Hij de eer moet ontvangen. Want dáár moet het om gaan, ook in de politiek. Dát is theocratie.”, aldus ds. Budding.

Ds. Budding wees er vervolgens op dat de Heere de zonde en het onrecht in de tijd van Manasse lang verdroeg: “De Heere sprak zelfs tot Manasse en zijn volk door middel van profeten, zoals Jesaja. Door die profeten veroordeelde de Heere scherp de godsdienst waarin het niet om de eer van God ging. Door hen drong Hij er echter ook sterk op aan om het werkelijke heil bij God te zoeken. En door hen sprak de Heere over de heerlijkheid van Christus.” Wat doen wij met die prediking, als wij die mogen horen? Doen wij net als Manasse en zijn volk en ‘merken wij er niet op’? Ds. Budding zei: “Dat hoeft echt niet te betekenen dat we de Bijbelse boodschap ontkennen of er op schelden. Maar als we er niet op merken, heeft de Bijbel ons ten diepste niets te zeggen. Dan leidt het ons niet tot bekering!”

Ds. Budding wees daarna op het wonder dat plaatsvond in het leven van Manasse: “Wat niemand had gedacht, gebeurde nadat Manasse als gevangene naar Babel was weggevoerd. In de Bijbel staat dat Manasse het aangezicht van de Heere ernstiglijk aanbad, zich zeer vernederde voor het aangezicht van de God van zijn vader, en tot God bad. En God liet Zich van Manasse verbidden.” “Denk toch nooit te klein van God. De wonderlijke werken van God geven hoop voor deze ondergaande wereld. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid!”, zo besloot ds. Budding de tijdrede.