Beleidsnota’s rondom mantelzorg vastgesteld

Beleidsnota’s rondom mantelzorg vastgesteld

Maar liefst 3 nota’s vanuit het sociaal domein werden in de raad van 7 april jl. vastgesteld. Ouderenbeleid, Vrijwilligersbeleid en Mantelzorg. Woordvoerder Rien van der Boom voerde namens de SGP fractie het woord.

‘Het was Prof. Dr. Hattinga Verschure, de grondlegger van de mantelzorg die als eerste in 1977 ook het begrip mantelzorg lanceerde. Hij omschrijft mantelzorg als een vrijwillige, niet alle daagse zorg die gegeven wordt aan mensen die vanwege beperkingen aangewezen zijn op hulp van anderen’, zo begon van der Boom zijn bijdrage.

Genoemde prof Hattinga was een warm pleitbezorger van het terug in balans brengen van professionele zorg met zorg voor en door anderen. Zorg die mensen verwarmt omdat ze elkaar er als een mantel mee omgeven. Mantelzorg veronderstelt een sociale relatie.
Daarbij wordt meer dan gebruikelijke zorg geboden. Niet zo nu en dan, maar structureel.

Van der Boom: ‘Mantelzorg is geen synoniem voor vrijwilligerswerk. Je kiest er namelijk niet voor om mantelzorger te worden. Je wordt het. Dat is meestal de praktijk. Het woordje mantelzorg  bestaat uit 2 woorden: mantel en zorg. De mantel der liefde. Bijbels gesproken, lees ik: Wee hem die zijn naaste van zijn mantel berooft. Hij laat hem letterlijk in de kou staan.
En ook: Heb je 2 mantels , geef er dan één aan wie er geen heeft. En dat is wat een mantelzorger doet. Een mantel van liefde leggen om de schouders van een hulpbehoeftig mens. Daarmee onderstreept hij tegelijk de betekenis van die ander, diens identiteit.
Hoe geschonden ook, jij blijft voor mij medemens’, zo duidde de SGP-er.

Mantelzorgers leveren een grote inspanning, vooral wanneer het een jarenlang project wordt. Kunnen vrijwilligers hun tijd afgrenzen, mantelzorgers kunnen dat niet of veel minder.
De SGP constateert dat heel veel mantelzorgers op hun tenen lopen, zelfs op hun tandvlees. Volgens MEZZO, de landelijke vereniging voor mantelzorgers en vrijwilligerszorg, lopen zeker 450.000 mensen gevaar. Het betreft vooral degenen die 24 uur per etmaal paraat moeten zijn.
Het is in ieders belang grenzen te stellen.

‘Daarom, voorzitter, vindt de SGP fractie het zo belangrijk dat onze gemeente over een goede, toegankelijke mantelzorgnota beschikt waar je heel concreet en in één oogopslag kan zien waar je, voor wat moet zijn. En natuurlijk  is van het grootste belang dat respijtzorg (vervangende zorg) goed geregeld is. Wat ons betreft komt dat in de nota onvoldoende tot zijn recht. Dat moet in de uitvoeringsnota een heel duidelijke plaats krijgen. We kunnen heel mooie woorden gebruiken maar als de respijtzorg niet of onvoldoende een plaats krijgt hebben woorden weinig zin. Een amendement  zoals de CDA t.a.v. de respijtzorg heeft aangekondigd, zijn wij dan ook voornemens  te steunen. We mogen onze mantelzorgers niet in de kou laten staan. Daar hoort ook een stukje waardering bij. Daar hoort een ‘hart onder de riem steken’ bij.
Daar hoort niet bij een eigen bijdrage als je een ondersteuningstoerusting wil volgen waarmee je wellicht technieken krijgt aangereikt die de zorg ten goede komen of de taak kan verlichten’, aldus de SGP-er.

De SGP-er benadrukte nogmaals dat we onze mantelzorgers moeten koesteren.
Niet alleen door het te zeggen, maar juist door te doen.
– te faciliteren waar mogelijk.
– de regeldruk te minimaliseren.
– hun zeker eenmaal per jaar een blijk van waardering te doen toekomen.

Ouderenzorg
‘Bij dit onderwerp kreeg ik vorige keer bijna alle wethouders mee achter het spreekgestoelte’, zo ging van der Boom verder. ‘Dat  op zich is niet zo belangrijk maar wel typerend voor de vraagstukken. Het gaat over meerdere afdelingen. Dan is samenwerking van het grootste belang. Ik zeg niet dat die er niet is maar wil dat wel onderstrepen’.
Stel dat je in een keukentafelgesprek -als het over een oudere een hulpbehoevende gaat-  tot een bepaalde oplossing, een werkwijze komt dan moet je bij een andere afdeling  niet vastlopen op vergunningverlening of hoge wellicht onmogelijke eisen of onbetaalbare verstrekkingen. In dat verband heb ik toen de mantelzorgwoning, de kangaroewoning  genoemd. Maar dat kan ook over andere zaken gaan.

‘Vorige keer heb ik al genoemd straatwerk voor ouderen hoe belangrijk dat is naast alle andere dingen die plaatsvinden voor ouderen en ja laten we het  openbaar toiletbezoek ook maar even noemen.  We hadden het toen over de centrumgemeente.  En natuurlijk kan je bij een  thearoom je behoefte doen maar daar hoort dan voor of achteraf wel een appelpunt  bij of iets dergelijks. Er zou gewoon een openbaar toilet moeten zijn’, zo pleitte van der Boom.

Vrijwilligerswerk
De databank ‘GO voor elkaar’ voldoet in een behoefte. Het is een gebruiksvriendelijke site waar vragen voor vrijwilligerswerk en vrijwilligersaanbod samenkomen. ‘Ik zit ook wel eens met gekromde tenen als ik de vrijwilligervragen zie. Dan denk ik ook wel eens is dat nu eigenlijk geen regulier werk. Maar als dat werk anders niet gedaan wordt voorziet het in een behoefte. Wel een zaak om alert op te blijven. En dan toch nog even over het leveren van een tegenprestatie. Ik vind het goed dat dit bij deze nota is ondergebracht’.

‘Afgelopen vrijdag waren we op werkbezoek bij de dorpsraad van  Ooltgensplaat.
Zij hebben daar een soort pilot gedraaid met klusjes binnen het begrip tegenprestatie.
Dat liep op zich goed alleen ontbrak het tenslotte aan een coördinator/coach die daar voldoende tijd in kon steken.
Als dat gemeentebreed aangepakt  zou worden dan moet hier iets mee te doen zijn. Ik heb er al eerder voor gepleit en doe het opnieuw. Een gemeente als Werkendam, de gemeente Altena -ik heb daar voor onze fractie aldaar wel eens presentatie gegeven- heeft zo’n klussendienst en het voorziet duidelijk in een behoefte. Ook de gemeente Brussum kent zo’n project.
Je kan voor een lampje dat vervangen moet worden, een lijstje dat opgehangen moet worden of een deur die gesmeerd moet worden niet een aannemer bellen. Dat staat niet in verhouding.
Maar je moet het wel regelen, als je daar een project van wil maken. Wellicht in combinatie met bijvoorbeeld Webego. Ik geef deze suggestie graag mee. Dan hoeft het denk ik ook niet zoveel te kosten. En het geeft de vrijwilligers -wel of niet vanuit tegenprestatie-  een stuk voldoening’, zo sloot van der Boom, namens de SGP zijn bijdrage af.