SGP vraagt aandacht voor voorbeeldfunctie sportclubs

SGP vraagt aandacht voor voorbeeldfunctie sportclubs

SGP Raadslid Pieter Breederveld stelde namens de SGP-fractie mondelinge vragen over de gezonde leefstijl bij sportclubs in de Gemeente Goeree Overflakkee.  

De fractie had kennisgenomen van het feit dat een gezonde leefstijl geen prioriteit heeft bij de sportclubs. Daarbij noemde de SGP-er enkele zaken als: ‘roken langs de sportvelden, alcohol schenken in de sportkantines waar jeugdige bezoekers bij aanwezig zijn en ongezond eten in de sportkantine’. De SGP vindt dit slechte voorbeelden van gedrag. ‘Onze jeugd heeft volwassenen nodig die een gezonde levensstijl nastreven’. Hij wees erop dat de gemeenteraad op dit punt vastgesteld beleid heeft, onder andere Jeugd op Gezond Gewicht. Hij verzocht het college de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Welke afspraken zijn er gemaakt met de sportclubs?
  2. Hoe controleert het College de afspraken die gemaakt zijn met de sportclubs?
  3. Welke maatregelen neemt het College met sportclubs die slecht presteren?
  4. Wanneer en op welke manier wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de resultaten van het door College uitgevoerde sportbeleid, met name op de genoemde thema’s
  5. Wat is er van dit vastgestelde beleid terecht gekomen?

In de beantwoording gaf wethouder de Jong aan dat de thematiek hem aan het hart gaat. Hoewel een gezonde leefstijl een aandachtsveld is wees hij er wel op dat de kaders voor gezondheidsbeleid bepaald zijn door landelijke grenzen, dank daarbij aan bijvoorbeeld de leeftijdsgrens voor alcohol en tabak. ‘Verenigingen kunnen eigen keuzes maken om daar verder in te gaan’, aldus de Jong.

Wel stelde de wethouder dat de gemeente om dit moment een pilotproject uitvoert met korfbalclub Good Luck. Dat is de enige vereniging waar op dit moment afspraken mee zijn gemaakt. Verenigingen zijn er wel mee bezig, maar het is niet verplichtend waarbij hij aangaf dat verenigingen zelf hun maatschappelijk rol kunnen invullen. De vragen over controle en beleid vond de wethouder wat aan de voorbarige kant. Aan de andere kant ‘zou het wel moeten’, zo stemde hij in met de vraagsteller.