SGP stelt vragen over reëel begroten

SGP stelt vragen over reëel begroten

De begroting is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad. Cijfers dienen helder te zijn voor een goed beeld van de financiële huishouding van de gemeente. In een brief geeft de provincie een aantal mogelijke knelpunten die van belang zijn in meerjarig perspectief. Daarom stelde de SGP schriftelijke vragen aan het college.

Zo wil de fractie onder meer weten of de stelling van de provincie klopt dat de verlaging van de indexering (meerjarig) niet reëel is, en zo ja op welke manier het college dit denkt op te kunnen vangen?
De provincie stel ook dat volgens de nieuwe richtlijn in principe alle mutaties in reserves incidenteel van aard zijn. In onze begroting is een aantal structurele toevoegingen en onttrekkingen opgenomen waarvan de provincie niet direct kan vaststellen of deze daadwerkelijk structureel van aard is. Daarom wil de SGP weten of deze mutaties naar het oordeel  van het college juist in de (meerjaren)begroting verwerkt zijn en zo niet, wat dan de consequenties zijn?

Reëel?
Het college laat in antwoord weten dat naar hun mening de verlaging van de indexering in 2020 reëel is in relatie tot de begrotingsoverschotten in eerdere jaren (het gaat om een bedrag van slechts € 247.000 oftewel 0,0019 procent van het totaal van de begroting van € 131 miljoen). ‘Jaarlijks beziet ons college of het indexpercentage voor de nieuwe meerjarenbegroting bijgesteld dient te worden. Voor de jaren na 2020 wordt de indexering heroverwogen bij de Kadernota 2021. Hiermee wijzigt de door de toezichthouder benoemde “kaasschaaf bezuiniging” voor deze jaren. Een bijstelling wordt dan opgevangen uit de – in dat geval – ook hogere Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’.

Appels en peren
Woordvoerder Peter Grinwis gaf in een primaire reactie bij de behandeling van dit stuk aan dat het college hier appels en peren vergelijkt. De SGP zal e.e.a. nauwlettend volgen en bij de Kadernota 2021 hierop terugkomen. Het kan niet zo zijn dat begrotingsoverschotten in eerdere jaren een niet reëele indexatie inhoud. Daarmee sorteert men al voor op onderuitputting. Dat is nu iets wat juist al jaren een doorn in het oog is.

Gunstiger
‘De mutaties zijn op correcte wijze in de meerjarenbegroting verwerkt. Financiële of budgettaire consequenties zijn er dus niet. Alleen de presentatie in het overzicht van structurele mutaties reserves 2020-2023, weergegeven op pagina 119 en 120 van de programmabegroting, wijzigt. De provinciale toezichthouder beoordeelt de financiële situatie op basis van de begroting, waarbij de incidentele baten en lasten buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat onze gemeente er voor wat betreft structurele baten en lasten vanaf 2021 gunstiger voorstaat dan in onze aanbiedingsbrief van de begroting was weergegeven’, aldus het college in de beantwoording.

20200106 Schriftelijke vragen – brief provincie fin. toezicht begroting 2020 (pdf)