(On)zekerheid – algemene beschouwingen SGP Goeree-Overflakkee 2020

(On)zekerheid – algemene beschouwingen SGP Goeree-Overflakkee 2020

In de raadsvergadering van 12 november deelden de politieke fracties hun algemene politieke beschouwingen. De SGP wees op de onzekerheid in de begroting die vragen om nieuwe keuzes. Bij alle maatschappelijke onzekerheid wenste de SGP-fractie iedereen de zekerheid toe vanuit de vierde psalm waar de psalmdichter vraagt bij alle onzekerheid om het licht van zijn God. Onderstaand de integrale bijdrage van fractievoorzitter Hendrik Herweijer:

“Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?”

‘Deze woorden zijn afkomstig uit een lied dat is gedicht terwijl allerlei onheil dichtbij was. De omstandigheden zijn nu heel anders, maar de vraag is ook nu heel herkenbaar. De hele samenleving merkt de gevolgen van corona en de coronamaatregelen. Het zorgt voor veel onzekerheid: ‘Wanneer kan ik mijn onderneming weer zonder beperkingen draaien? Wanneer kunnen we weer met de hele familie bij elkaar zijn? Wanneer…?’

Onzekerheden in de begroting…
Ook de voorgelegde ontwerpbegroting is niet vrij van onzekerheid. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de reserve sociaal domein, die jarenlang vrij omvangrijk was, binnen enkele jaren lijkt te verdampen. De SGP‑fractie vond het, al voordat de provincie erover begon, ongelukkig dat de begroting sluitend is gemaakt door uit te gaan van een hogere bijdrage vanuit het rijk voor uitvoering van de Jeugdwet. We zijn het er helemaal mee eens dat de rijksoverheid gemeenten niet kan laten zitten met de tekorten die op dit terrein bij vrijwel alle gemeenten zijn ontstaan. Maar gelden opnemen in de begroting waarvan het (om de woorden van het college te gebruiken) “nog verre van zeker is” of we die zullen krijgen, dat past niet bij de solide manier van begroten die wij voorstaan.

…vragen om duidelijke keuzes
De SGP‑fractie waardeert het dat het college met een herstelplan is gekomen, om onder preventief toezicht van de provincie uit te komen. Het college typeert het plan als “voornamelijk ingrepen van financieel‑technische aard”. Daar zijn we nog niet laaiend enthousiast over. Vooral de inzet van een fors deel van de Eneco‑gelden baart ons zorgen. Hoe dan ook is de SGP van mening dat we het hier niet bij moeten laten, maar dat we op heel korte termijn duidelijke keuzes moeten maken over bezuinigingen. Daarbij moeten we nadrukkelijk de vraag onder ogen zien of een anticiperend scenario nog wel houdbaar is. Moeten we niet overgaan naar een behoudend scenario?

Ook de gemeenschappelijke regelingen vragen aandacht. Moeten we telkens achteraf constateren dat de kostenstijgingen daar toch groter zijn dan verwacht? Of zitten we daar aan de voorkant ‘aan de knoppen’?

Grote opgaven
Een solide, structureel sluitende begroting is echt belangrijk, alleen al omdat er nog diverse omvangrijke opgaven zijn die nog niet in de begroting zijn verwerkt. Denk aan de toekomst van de zwembaden en de doorontwikkeling van Fort Prins Frederik. Wat dat laatste betreft: we zijn blij met de positieve ontwikkeling die het fort tot nu toe al heeft doorgemaakt. We hopen dat we bij de volgende begrotingsbehandeling in elk geval kunnen zeggen dat er inmiddels een bestemmingsplan is vastgesteld voor het fort.

Komende jaren zijn er heel wat grote investeringen gepland. Denk alleen al aan het integraal huisvestingsplan (IHP) voor het primair onderwijs en aan de voetbalaccommodaties. Blijf daarbij kritisch kijken naar beheersing van de kosten. We kunnen het ons niet veroorloven dat de kosten uit de pas gaan lopen. Kijk ook of de investeringen nog op alle onderdelen toekomstbestendig zijn. Mogelijk zorgen bijvoorbeeld de corona‑omstandigheden voor een ander beeld.

In de begroting missen we Smart Water en Paulina.nu. We rekenen erop dat deze posten in het vervolg specifiek worden verantwoord, zoals eerder is toegezegd.

Om alle opgaven goed uit te kunnen voeren, is een goed toegeruste gemeentelijke organisatie nodig. Is dat op alle terreinen het geval? Een opmerking in de begroting dat ‘de organisatie onvoldoende in staat is uitvoering te geven aan de ambities en de nodige doorontwikkeling’ op het terrein van ICT, laat zien dat er in elk geval geen reden is om tevreden achterover te leunen. Ook het ziekteverzuim blijft een aandachtspunt, al zijn er daarbij ook positieve ontwikkelingen.

Oog voor inwoners en bedrijven
Bij alles wat de gemeente doet, moeten we onze inwoners en bedrijven in het oog houden. De algemeen directeur van de VNG schreef vorige week: “De meest kwetsbare mensen worden door de overheid het slechtst geholpen.” Laten we er als gemeente alles aan doen dat dit voor onze gemeente niet geldt. Dat betekent ook dat we niet alleen maar moeten kijken naar kille kostenposten, maar ook naar de verhalen, de zorgen en problemen achter deze cijfers. Laten we vooral ook niet vergeten om alle nodige hulp te bieden om problemen te voorkómen.

Verder vraagt de SGP aandacht voor de communicatie vanuit de gemeente met burgers. Nog te vaak gaat dat niet goed en worden burgers van het kastje naar de muur of met een kluitje in het riet gestuurd. We hebben er dit jaar ook meerdere voorbeelden van langs zien komen in raadsbijeenkomsten. Neem inwoners en hun vragen en ideeën serieus. Maak serieus werk van burgerparticipatie, al moet daarbij wel worden vermeden dat verkeerde verwachtingen worden gewekt.

Inwoners krijgen komende jaren ook te maken met ingrijpende trajecten, zoals de warmtetransitie, ‘van het aardgas af’. Laten we daarbij realistisch zijn en vooral de leveringszekerheid en betaalbaarheid niet uit het oog verliezen.

Als het om veiligheid gaat, blijft de beschikbare politiecapaciteit een groot punt van zorg. Zowel grotere dreigingen (zoals ondermijning) als kleinere zaken (zoals diefstallen) moeten aangepakt kunnen worden. Het is (om maar een voorbeeld te geven) gewoon niet goed uit te leggen dat landbouwers na meerdere diefstallen van peperdure GPS‑apparatuur uit landbouwvoertuigen bij de politie te horen krijgen dat men het geen prioriteit kan geven.

Tot slot
Ik kan nog veel noemen, maar ik moet afronden.

Ik begon met de dichtregel “Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?” De dichter van dit lied, deze Psalm, kijkt dan niet om zich heen, naar wat er aan de omstandigheden kan worden veranderd. Hij zegt: “Verhef Gij over ons het licht van Uw aanschijn, o HEERE.” Hij kijkt omhoog en vraagt of God hem in gunst wil aanzien. En dan voegt hij eraan toe: dat geeft vreugde, dat zorgt voor vrede. En: ‘God zal mij doen zeker wonen’.

Bij alle maatschappelijke onzekerheid wens ik iedereen die zekerheid toe’.