Ruimtelijke ordening

Wonen en werken zijn belangrijke thema’s voor de gemeente. Een evenwichtig woningaanbod maakt de gemeente aantrekkelijk voor inwoners. De SGP zet zich in voor een goede balans tussen huur- en koopwoningen, met aandacht voor verschillende prijsklassen en doelgroepen. Leefbaarheid, toekomstperspectief en lokale identiteit zijn hierin leidend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn Bijbels rentmeesterschap en respect voor cultuurhistorie en archeologie belangrijke principes. Het behoud van open ruimte en zorgvuldig ruimtegebruik staan hierbij centraal.

De Omgevingswet biedt kansen voor lokaal beleid en legt bij initiatiefnemers de verantwoordelijkheid om draagvlak te creëren. De SGP streeft naar het zo efficiënt mogelijke gebruik van ruimte door ambities te combineren, maar houdt daarbij voldoende rekening met het specifieke plattelandskarakter van onze kernen. De SGP wil direct sturen op de woningbouwopgave waarbij uitdrukkelijk aandacht is voor de meest kwetsbaren op de krappe woningmarkt: bijvoorbeeld starters, ouderen met een zorgvraag en inwoners met een laag inkomen. Er moet voldoende gebouwd blijven worden om in alle kernen te voorzien in de lokale behoefte. Bouwen in alle kernen blijft ontzettend belangrijk, echter kan dit niet los worden gezien van het in stand houden en versterken van lokale voorzieningen. Het omgevingsplan biedt een kans om lokale beleidsruimte te ontwikkelen. Daarvoor blijft een effectieve lobby richting de provincie van essentieel belang. De SGP acht het van belang dat inwoners betrokken worden bij het opstellen van gebiedsvisies. Wij willen als rentmeesters altijd zuinig en effectief omgaan met de openbare ruimte.

Voor toekomstige woningbouwopgaven zijn nieuwe 3 hectare locaties (grootschalige locaties) buiten BSD (bestaande stads- en dorpsgebied) nodig. Het is namelijk onmogelijk om de toekomstige woningbouwbehoefte binnenstedelijk op te lossen zonder het plattelandskarakter en de identiteit van onze kernen geweld aan te doen. Op deze locaties willen we woningbouw combineren met andere ambities en uitdagingen (bijv. biodiversiteit, natuur, klimaatadaptatie, mobiliteit, energietransitie, recreatief medegebruik, etc.). Grenzend aan BSD zijn bij alle kernen wel percelen landbouwgrond te vinden die vanuit agrarisch perspectief een verminderde inzetbaarheid hebben waardoor alternatieve aanwending voor woningbouw (in combinatie met de andere genoemde ambities) een prima alternatief is. SGP blijft bij de provincie aandringen op ruimtelijk maatwerk voor plattelandsgemeenten door middel van een gebiedsgerichte integrale aanpak.

Concreet:

De gemeente staat voor behoud van de openheid van het landschap en wil landschapsstructuren terug laten komen in ontwikkelingen.
Er komt extra aandacht voor de kernen waar uitbreiding lastig blijkt te zijn met als doel dat kernen leefbaar blijven en jongeren en ouderen in de eigen kern kunnen blijven wonen (als voorbeeld noemen we hier Ouddorp).
De gemeente houdt rekening met de gevolgen van klimaatverandering bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit wordt concreet vertaald door voldoende groen en waterberging toe te voegen aan nieuwe ontwikkelingen.
Maatschappelijke meerwaarde voor de lokale gemeenschap is leidend in ruimtelijke ontwikkeling.
Ontwikkeling van nieuwe wijken kan alleen als er een goede ontsluiting mogelijk is.
De uitbreiding van bedrijventerreinen (Oostplaat Middelharnis, Bedrijvenpark Oostflakkee en Maritiem Cluster Stellendam) wordt zo veel mogelijk gekoppeld aan revitalisering van bestaande terreinen.
De benutting van bedrijventerreinen moet meerwaarde opleveren voor de lokale economie en werkgelegenheid.
De gemeente gaat voortvarend en integraal verder met de werkzaamheden voor de implementatie van de Omgevingswet, met aandacht voor de rol van inwoners en gemeenteraad.
De SGP is tegen ‘verrommelen’ van de openbare ruimte door een overdaad aan reclame-uitingen.
Het college en de gemeenteraad vragen bij de provincie continu aandacht voor de significante verschillen tussen stedelijk gebied en de plattelandskernen om duidelijk te maken dat normen voor stedelijk gebied niet altijd passend zijn voor de schaal en de identiteit van dorpskernen.